(S)ken jezelf

Quickscan leerkrachtgedrag

Start scan
Deze quickscan is bedoeld om je inzicht te geven in je eigen leerkrachtgedrag ten aanzien van de begeleiding van (hoog)begaafde kinderen. De items van de scan richten zich op de vijf thema's die op deze website centraal staan, namelijk: 'ik mag zijn', 'ik durf te leren', 'ik kan leren', 'ik mag leren' en 'ik wil leren'. Na het invullen van de scan ontvang je een terugkoppeling. Vervolgens kun je met de thema’s die naar voren komen in de terugkoppeling aan de slag op de website.
Inzicht krijgen in jouw eigen leerkrachtgedrag ten aanzien van de begeleiding van (hoog)begaafde kinderen.
Neem een (hoog)begaafd kind in gedachten en scoor jezelf op het item waarbij 1 staat voor 'helemaal niet' en 5 voor 'helemaal wel'.

Algemene info

1

Relatie

r1

Ik mag zijn

1 2 3 4 5
r 1.1 Ik ben als leerkracht authentiek door (juist ook op moeilijk momenten) eerlijk te zijn over wie ik ben, wat ik kan, wat ik vind en wat ik doe
r 1.2 Ik kan met de intensiteit van het kind omgaan, zonder mezelf te verliezen
r 1.3 Ik laat mij aanspreken door het kind (als iets bijvoorbeeld niet eerlijk gaat of passend verloopt)
r 1.4 Ik ben echt en volledig aanwezig als ik luister naar het kind (zonder eigen aannames)
r 1.5 Ik ken het kind zo goed, dat ik aanvoel wanneer hij/zij zich niet begrepen voelt
r 1.6 Ik zie wanneer een kind zich (bewust) aanpast, om niet afgewezen te worden door anderen in de groep c.q. om niet op te vallen
r 1.7 Ik moedig het kind aan om trouw te blijven aan zichzelf bij (samen) spelen, werken en leren
r 1.8 Ik laat het kind (aan anderen) tonen wie hij/zij is en wat hij/zij kan, zonder hem/haar in een (onprettige) uitzonderingspositie te plaatsen
r 1.9 Ik kan situaties benoemen waarin mijn handelen voor de leerling vreselijk onrechtvaardig voelt
r 1.10 Ik bespreek met het kind gevoelens van eenzaamheid en ‘anders zijn’
r 1.11 Ik weet over welke “grote thema’s” het kind kan piekeren
2

Competentie

c1

Ik wil leren

1 2 3 4 5
c 1.1 Ik ga in gesprek met het kind over wat hij/zij zou willen leren
c 1.2 Ik ben oprecht geïnteresseerd in wat het kind boeit, ook als ik er zelf minder vanaf weet
c 1.3 Ik motiveer het kind voor ‘saaie’ opdrachten (zoals inoefenen of automatiseren), door te bespreken welk belang dit heeft voor leersucces op langere termijn
c 1.4 Ik accepteer en waardeer de (eigen) ideeën die het kind inbrengt (zonder direct beperkingen op te leggen)
c2

Ik durf te leren

1 2 3 4 5
c 2.1 Ik coach het kind om emoties te durven voelen bij leerprocessen, zonder daardoor “overspoeld” te worden.
c 2.2 Ik coach het kind om te onderzoeken hoe hij/zij helpende gedachten kan inzetten, i.p.v. niet-helpende gedachten
c 2.3 Ik coach het kind om eigen (te) hoge verwachtingen om te zetten in (op dit moment) haalbare doelen
c 2.4 Ik begeleid het kind om te gaan met teleurstellingen als eigen, onrealistisch hoge verwachtingen (nog) niet haalbaar blijken
c 2.5 Ik maak bespreekbaar - ook op basis van eigen ervaringen - hoe het voelt als iets niet meteen lukt en hoe je daarmee om kunt gaan
c 2.6 Ik weet welke strategieën het kind inzet om uitdaging te vermijden zodat hij/zij geen fouten maakt
c 2.7 Ik herken bij welke situaties (vakken, samenwerkingsgroepen, type opdrachten, onderwerpen) het kind vermijdingsgedrag laat zien.
c 2.8 Ik spiegel het kind als ik zie dat het kind binnen zijn/haar comfortzone blijft
c 2.9 Ik stimuleer de kind om door te zetten - vooral als het moeilijker wordt
c 2.10 Ik geef positieve feedback op het proces/de inzet en niet op de prestatie, om een groeimindset bij het kind te bevorderen
3

Autonomie

a1

Ik mag leren

1 2 3 4 5
a 1.1 Ik geef tips waarmee het kind zelf verder kan, zonder de situatie op te lossen of van hem/haar over te nemen
a 1.2 Ik ga doelbewust in gesprek met het kind over mogelijkheden die hij/zij ziet om eigen leervragen te gaan beantwoorden
a 1.3 Ik creëer een leeromgeving waarin het kind zich vrij voelt om met zijn/haar eigen ideeën en/of leerdoelen aan de slag te gaan
a 1.4 Ik blijf aanmoedigend aanwezig in de ruimte die het kind opzoekt, zodat het kind zich niet verliest in eindeloze mogelijkheden die er voor hem/haar zijn
a 1.5 Ik creëer bewust ruimte voor exploratie, omdat de mooiste dingen kunnen gebeuren, zonder dat ze op voorhand zijn bedacht
a2

Ik kan leren

1 2 3 4 5
a 2.1 Ik begeleid kinderen bij prioriteren en keuzes maken, door hun afwegingen te bespreken
a 2.2 Ik leer kinderen ordening aan te brengen in hun gedachten, handelingen en werkorganisatie, zodat ze daarna een activiteit succesvol kunnen uitvoeren
a 2.3 Ik laat het kind oefenen met het halen van deadlines, door hem/haar zelf een planning te laten maken en daarmee aan de slag te gaan
a 2.4 Ik expliciteer samen met het kind welke (leer)strategieën hij/zij kan inzetten om een doel te behalen
a 2.5 Ik bied situaties waarin het kind ervaringen opdoet met plannen, om een taak binnen de gestelde tijd uit te kunnen voeren
a 2.6 Ik maak inzichtelijk dat (en hoe) het kind een andere route kan kiezen als hij/zij tijdens het proces ontdekt dat dit nodig is om het gekozen doel te kunnen behalen
a 2.7 Ik coach kinderen om hun doelen daadwerkelijk te behalen, door zich niet te laten afleiden maar te blijven focussen op het proces
a 2.8 Ik coach het kind om eigen hulpbronnen te organiseren en aan te spreken
a 2.9 Ik stuur erop dat het kind zelf aangeeft welke (inhoudelijke en procesmatige) keuzes hij/zij heeft gemaakt, zodat het kind (mede)verantwoordelijk wordt voor zijn/haar leerproces
a 2.10 Ik evalueer het leerproces met het kind door te bespreken of hetgeen hij/zij heeft geleerd overeenkwam met wat hij/zij verwachtte en hoe dit proces is verlopen